sitemap


 

Arbitrage

 

Conditie

Normen fysieke proeven VBL

Landelijk:

Heren:
Jonger dan 40* jaar ->9 minuten
Vanaf 40* jaar -> 8 minuten
Dames:
Jonger dan 40* jaar -> 7 minuten
Vanaf 40* jaar -> 6 minuten

Provinciaal:

Heren:
Jonger dan 35* jaar ->8 minuten
Vanaf 35* jaar tot 45* jaar -> 7 minuten
Vanaf 45* jaar tot 55* jaar -> 6 minuten
Ouder dan 55* jaar -> 5 minuten

Dames:
Jonger dan 40* jaar -> 6 minuten
Ouder dan 40* jaar -> 5 minuten

(*) Leeftijd te rekenen vanaf 1 juli.

 

TRAININGSPROGRAMMA  - ALS VOORBEREIDING OP DE LÉGERTEST (DOOR: ELWIN HOEDEMAKERS)

Voorstelling :

Beste collega scheidsrechters,

Om iedereen goed bij te staan met een optimale voorbereiding op de fysieke test hebben wij contact opgenomen met een conditietrainer, Elwin Hoedemakers.
Iedereen kan op eigen initiatief contact met hem opnemen om een individueel trainings-programma op maat uit te werken. Zijn coördinaten vind je op het einde van deze tekst.

Succes,


Johnny Jacobs
VBL coördinator scheidsrechters

1. Wat is de légertest?

De légertest of “bieptest” is een maximale conditionele veldtest, met een progressief toenemend karakter doorheen de tijd. De testpersoon loopt telkens heen en weer tussen twee punten op het (vlak) terrein - gescheiden door een afstand van 20 meter - en zorgt ervoor dat hij/zij net op tijd aan de overzijde is op het moment dat het “biep-”signaal weerklinkt.

De testpersoon tracht dit zo lang mogelijk vol te houden. De test eindigt wanneer een dusdanige loopsnelheid van de testpersoon gevraagd wordt, dat hij/zij niet meer tijdig aan de overzijde geraakt bij het horen van de “biep”.

2. De verschillende hartslagzones

Wanneer we de légertest afnemen met een hartslagmeter, kunnen we meestal 5 verschillende hartslagzones onderscheiden:

  • recuperatiezone: Trainen binnen deze zone heeft voornamelijk tot doel om het herstelproces na zware inspanningen sneller te laten verlopen dan bij volledige rust. Immers door in overvloed zuurstof in de spieren te brengen, zullen de afvalstoffen sneller verwijderd worden. Sportmedisch noemen we dit: ”de actieve facilitatie van de lactaateliminatie” Aan deze intensiteit wordt tevens getraind in (het begin) van de warming-up. Binnen deze zone is de vetverbranding het meest effectief, tenminste bij inspanningen van een duur langer dan 50min.
    Deze zone situeert zich tussen de 55 en 65% van uw maximale hartslag.
     
  • zone basisuithouding: Dit is de zone van de algemene lichamelijke fitheid. Fitheid om de dagdagelijkse taken uit te kunnen voeren zonder dat ze al te veel energie kosten. Naar gelang de sport is het aan te raden om 20% tot 50% van de training aan deze intensiteit te besteden.
    Deze zone situeert zich tussen de 65 en 75% van uw maximale hartslag.
     
  • extensieve zone: Voor uithoudingssporters is dit de zone van de lange inspanningsblokken; voor ploegsporters en in sporten met een sterk afwisselende intensiteit moet deze zone sterk ontwikkeld zijn. In wedstrijden wordt immers vaak tot 90% van de arbeid aan deze intensiteit geleverd.
    Deze zone situeert zich tussen de 75 en 85% van uw maximale hartslag.
     
  • intensieve zone: Ook de zone rond de “overslagpols” genoemd. Het metabolisme balanceert tussen het aërobe en anaërobe karakter. Zoals de naam van deze zone al laat vermoeden, wordt hier een grote inspanning van het lichaam gevraagd.
    Deze zone situeert zich tussen de 85 en 92% van uw maximale hartslag.
     
  • uitputtingszone: Dit is de zone van inspanningen, die in doorlopende vorm (zoals bijvoorbeeld de légertest), slechts enkele minuten kan volgehouden worden.
    Deze zone situeert zich tussen de 92 en 100% van uw maximale hartslag.

Er zijn verschillende manieren om uw maximale hartslag te berekenen. De meest eenvoudige manier is: Maximale hartslag = 220 – leeftijd (jaar)

3. Bedoeling

Met het trainingsprogramma gaan we trachten te streven dat elk van deze 5 hartslagzones een groot aandeel zal hebben tijdens de test. Het doel is met andere woorden om tijdens de légertest de overgang naar een volgende hartslagzone zo lang mogelijk uit te stellen, om het metabolisme zo economisch mogelijk te laten verlopen en zo een betere eindtijd te scoren.

4. Advies voor tijdens de rustperiode (zomer)

Het is zeker niet slecht om een rustperiode in te lassen na een lang seizoen fluiten. Het zal je fysiek en mentaal de nodige rust geven, om er het volgende seizoen weer tegen aan te kunnen gaan.

!!! Het is wel belangrijk om tijdens die rustperiode – je spreekt over een 4 à 6 weken – actief bezig te blijven !!!
Het is immers noodzakelijk dat je regelmatig fysiek actief blijft om het trainingseffect te behouden dat je het afgelopen seizoen hebt opgebouwd. Wanneer je volledige platte rust zou nemen, zou je conditioneel niveau reeds na 2 weken merkelijk gedaald zijn. Gemiddeld kun je stellen dat 8 - 10 weken na het stopzetten van de training elk trainingseffect verdwenen is.

Dit willen we dus niet… Bovendien: hoe hoger de leeftijd, hoe moeilijker het wordt om het oude conditionele niveau weer te evenaren.


Trainingsadvies rustperiode:


A. Je mag een beetje in gewicht toenemen. De boog kan immers niet altijd gespannen staan. Let wel: een beetje gewicht! Om zelf te kunnen controleren of je qua gewicht goed zit, gebruiken we de BMI (Body Mass Index) of gezondheidsindex.
BMI = gewicht (kg)/ gestalte²(m²)
Zowel tijdens als na het seizoen liggen je BMI-waarden best tussen 20 en 25 kg/m².

Bijvoorbeeld: Jan is 1m90 groot. Hij weegt tijdens het begin van het seizoen 86 kg,
tijdens de play-offs (hij staat zeer scherp voor zijn doen) weegt hij 82kg. Na zijn zomervakantie in Spanje weegt Jan 89kg. Er is dus een grote schommeling in gewicht, maar toch heeft Jan er voor gezorgd dat zijn BMI-waarden tussen 20 en 25 zijn gebleven.

B. Doe minstens 2*/week telkens 30min aan sport. Tracht tijdens de rustperiode je conditie op peil te houden door alternatieve sportactiviteiten in te bouwen. Lopen zal je meer dan genoeg na je rustperiode kunnen doen; op deze manier verhinder je monotonie in je trainingsschema.

Voorbeelden van zulke alternatieve sportactiviteiten zijn: zwemmen, fietsen, fitnessen
( spinning, tae bo, …), schaatsen, squashen, tennissen, badmintonnen, …

C. In deze periode is het niet nodig om met de hartslagmeter te werken, het is vooral de bedoeling om op een ontspannen manier je conditiepeil hoog te houden.
 

5. Trainingsadvies voorbereiding légertest

Opbouwperiode: De eerste weken na de rustperiode kan je best starten met een drietal extensieve looptrainingen per week. Op het einde van deze opbouwperiode zou je minstens 40min moeten kunnen lopen binnen de extensieve hartslagzone.

Trainingsfrequentie nà de opbouwperiode: 2 extensieve trainingen + 1 intervaltraining/week
 intervaltraining 1: verbetering van de aërobe loopsnelheid: 3*/maand
 intervaltraining 2: het vermogen om langer in het “rood” te kunnen gaan: 1*/maand

Stretching: Het is aangeraden om na de opbouwperiode voldoende aandacht te schenken aan een adequate stretching. U doet uw stretching NA de cooling-down van iedere looptraining.
U zorgt ervoor dat volgende spiergroepen zeker gestretcht worden: kuiten, quadriceps en hamstrings (respectievelijk de voor -en achterkant van het bovenbeen).
 2 reeksen van 30sec aanhouden (links en rechts), dus niet meeveren!

Afhankelijk van scheidsrechter tot scheidsrechter kan het trainingsprogramma verder aangevuld worden met: rugverstevigende oefeningen (voorkomen of verminderen van lage rugklachten), bijkomende stretchingsoefeningen, spierversterkende oefeningen, …

Voor een persoonlijk en geïndividualiseerd trainingsprogramma op uw maat, kan u mij contacteren via:
e-mail: elwin_hoedemakers@hotmail.com
gsm : 0486/16.04.22

!VEEL SUCCES MET UW TRAININGSPROGRAMMA!
!VEEL SUCCES MET DE LÉGERTEST!

En vergeet niet :
“Wat de moeite waard is, is veel moeite waard”

Elwin Hoedemakers
Physical Trainer / Conditietrainer

Bestanden
 

 

 

 

 

^top


All content is © 2002-2008 VBL - Website development & hosting by Domatica