 |
|
LANDELIJK ALGEMENE RECHTERLIJKE RAAD |
Algemene Rechterlijke Raad - Zaterdag10 mei 2003
Aanwezig: Hugo Daemen, voorzitter VBL – Koen Umans,
secretaris-generaal VBL – Kristof Chanterie, voorzitter Cassatie – Frank Herman,
voorzitter PRR W.-VL – Dirk Raes, voorzitter PRR O.-VL, - Patrick Verswijver,
voorzitter PRR Antw. – Tom Van Mol, vertegenwoordiger PRR VL.-B, Luc Verdonckt,
lid college van Rechters – Philippe Warnants, lid college van Rechters – Filip
Andries, juridisch adjunct-coördinator – Patrick Rottiers, juridisch
coördinator.
Verontschuldigd: PRR Limburg
- Meester Chanterie en de JC heten de aanwezigen welkom en openen de
vergadering.
- De JC stelt het model voor van het jaarverslag. Er worden enkele
wijziging aangebracht en daarna wordt het ontwerp goedgekeurd. Een exemplaar
zal na aanpassing aan de verschillend raden toegestuurd worden.
- Bij de minnelijke schikkingen blijken de meeste provincies op eenzelfde
manier te werken: de voorzitter of zijn contactpersoon stelt de minnelijke
schikking voor. Ook de LRR werkt op dezelfde manier. Het voordeel van deze
werkwijze is een snelle afhandeling van de dossiers. Landelijk worden 75 %
van de voorstellen aanvaard.
West-Vlaanderen behandelt de minnelijke schikkingen tijdens de zittingen.
- Wat de schorsingen betreft zijn er een aantal verschillen.
V.-BR. en W.-VL. geven altijd effectieve schorsingen terwijl Antwerpen en
O.-VL. regelmatig werken met deels effectieve en deels voorwaardelijke
schorsingen.
Er wordt opgemerkt dat bij klachten de waarborg effectief als waarborg
dienst doet en dat het overschot teruggestort wordt aan de betrokkene.
Naar aanleiding van dit agendapunt wordt door een aantal provincies
opgemerkt dat het niet zo eenvoudig is om nieuwe en bekwame raadsleden te
komen. Een oplossing zou eruit kunnen bestaan dat ook scheidsrechters mogen
zetelen. Dit kan echter niet volgens het HR.
Misschien kan er in de toekomst aan gedacht worden (oudere)
jeugdscheidsrechters toch te laten zetelen.
- De heer Daemen stelt voor de leden van de verschillende Rechterlijke
Raden in de toekomst rechtstreeks bij de VBL aan te sluiten. Dit zou een
aantal problemen, zoals betrokkenheid bij een club, kunnen vermijden. Hoe
deze aansluiting zou kunnen gebeuren moet nog uitgewerkt worden. Misschien
wordt een speciale cel opgericht.
Voor scheidsrechters zou eenzelfde systeem kunnen uitgewerkt worden. De club
die de scheidsrechter geleverd heeft, zou dan blijvend een vergoeding
krijgen, ook al muteert de scheidsrechter.
- Naar aanleiding van VJD artikel 444, doet de heer Umans een dringende
oproep om de dossiers ter beschikking te stellen van de betrokken partijen.
Het is immers zo dat steeds meer clubs beroep doen op een advocaat. Wij
kunnen ons niet veroorloven procedurefouten te maken. De meeste raden houden
zich hier al aan.
- De financiële vergoeding voor de leden van de Rechterlijke raden is een
oud zeer. De JC zal een voorstel uitwerken.
- Kuisen database.
Meester Chanterie geeft een overzicht van hoe het er bij de burgerlijke
rechtbank aan toe gaat.
Er zijn verschillende meningen wat betreft de duur van het bijhouden van de
gegevens en ook waarop men zich moet baseren. Wordt er gekeken naar de
strafmaat of naar de norm?
Meester Chanterie zal een voorstel uitwerken.
- Meester Warnants geeft een korte uiteenzetting over wat seponeren,
klasseren of klasseren zonder gevolg is.
Een aantal leden van de raad zijn van oordeel dat in deze gevallen een
beroep moet mogelijk zijn. De betrokken partij heeft het recht gehoord te
worden. Ook bij onontvankelijke klachten.
- Meester Chanterie geeft een korte uiteenzetting over privacy. Ook bij de
burgerlijke rechtbank kan niet iedereen alle gegevens van om het even wie
inkijken.
Er wordt gekeken voor een systeem waarbij een aantal mensen de toegang
zouden krijgen tot de database van de heer Frans Vanden Brande. Dit zou
mogelijk zijn via een bepaalde code.
De heer Umans zal ons de technische gegevens bezorgen. Het is aan de RR te
kijken wat er juist mag gepubliceerd worden.
Er zullen afspraken gemaakt worden met de AWBB.
- Meester Chanterie legt uit dat er aan een aantal voorwaarden moet
voldaan zijn om van een racistische belediging te kunnen spreken.
Het lijkt ons beter deze omschrijving niet op te nemen in het HR.
Filip Andries
verslaggever
|