 |
|
LANDELIJK ALGEMENE RECHTERLIJKE RAAD |
VERSLAG STUDIEDAG RECHTERLIJKE RADEN - 9 SEPTEMBER 2006
Aanwezig
LRR J. Verhaeghe – G. Demeyer – L. Verdonckt – E. Halsband – R. Schulpé – F. Van
den Brande
PRR WVL F. Herman – D. Desmet – C. Huysentruyt
PRR OVL J. De Pauw – J. Vancaeneghem – D. Raes – X. De Roeck – T. De Vos
PRR A P. Verswijver – J. Schaekers – P. Van Ginhoven – R. Van den Broeck
PRR L E. Willen – A. Gaens – V. Schevenels – P. Heymans
PRR VLB F. Branders – J. Verdict
JAC F. Andries
JC P. Rottiers
Verontschuldigd: Ph. Warnants, K. Umans, M. Vanvooren, K.
Chanterie, R. Hollevoet, Y. Debaere.
LIJNEN TREKKEN
1 Verwelkoming
De JC verwelkomt de aanwezigen en opent de studiedag.
Het thema van deze studiedag is “Lijnen Trekken”: we willen ervoor ijveren dat
de verschillende Rechterlijke Raden op een zelfde manier werken.
2 Wijzigingen HHR
De JC vestigt de aandacht op het feit dat er een aantal wijzigingen zijn in
het HHR.
* In VAD 69 worden de verschillende departementen omschreven en worden hun
bevoegdheden vastgelegd.
* Er werd tevens een splitsing van de departementen doorgevoerd:
DLC Departement Landelijke Competitie
LDS Landelijk Departement Scheidsrechters
CPC Commissie Provinciale Competitie
CPS Commissie Provinciale Scheidsrechters
* In VCD 204 wordt uitgelegd wat een kaderscheidsrechter is.
* In VCD 210 bis wordt opnieuw gesproken over Nationale Scheidsrechters.
* VFD 503 i.v.m. de provinciale verificateurs, werd opgeheven door de AV van 17
juni 2006.
* Naar aanleiding van de problemen die er geweest zijn bij het controleren van
de wedstrijdbladen (VCD 253), heeft men de periode van controle als volgt
bepaald: men kan teruggaan tot de 1ste van de maand, voorafgaand aan de datum
van controle, op voorwaarde dat de maandelijkse staten tegen het einde van de
volgende maand ingediend zijn.
De heer De Roeck merkt op dat er daarvoor wel geen boetes meer kunnen opgelegd
worden, maar dat er wel nog administratieve forfaits kunnen toegepast worden.
Dit moet aangepast worden. Bovendien zouden de sancties moeten voorzien worden
in artikel VCD 253 zelf.
Voorstel A.R.R. na de studiedag
Voor overtredingen met betrekking tot VCD 253 zijn sportieve en financiële
sancties voorzien.
De financiële sancties (boetes) zijn uitvoerbaar op voorwaarde dat ze
opgenomen zijn ten laatste in de maandelijkse staat van de maand die volgt
op deze waarin de overtreding die tot de boete aanleiding gaf, zich
voorgedaan heeft.
De sportieve sancties opgelegd door het CPC of DLC zijn uitvoerbaar
voor zoverre zij binnen de 30 dagen na de wedstrijddatum genomen zijn.
Volgens de Wet. Com. blijft de limietdatum voor het opleggen van een
sportieve sanctie 30 juni volgend op het einde van het kampioenschap
(art.430.2, derde alinea).
Deze stellingname doet afbreuk aan de uitspraak van BAS inzake de casus
Erpe-Mere. De facto werd hierdoor de uitspraak (en de motivatie) van de LRB
aanvaard, cfr verslag RvB.
Deze uitspraak geldt dan ook als jurisprudentie bij de huidige stand van
zaken van de statuten.
* In VJD 455b werd de periode van schorsing op het einde van het seizoen
aangepast: “Schorsingen kunnen niet worden opgelegd tijdens de periode van 01
juni tot 31 juli inbegrepen.” In het VJD “Titel V : Normen der Sancties / punt
V. Toelichtingen / punt 7” dient de verwoording nog aangepast als volgt :
- schorsingen van minder dan één jaar : de periode van 01 juni tot en met
31 juli wordt niet meegeteld ;
- schorsingen vanaf één jaar : de periode van 01 juni tot en met 31 juli
wordt meegeteld.
* Artikels VCD 210 en 216 zijn nog niet aangepast: scheidsrechters moeten
examens afleggen over de reglementen van de Fiba. Er zal gevraagd worden aan toe
te voegen dat zij ook de wedstrijd moeten leiden volgens het Fiba reglement.
3 Schorsingen
Meester Halsband geeft eerst een overzicht van de theorie i.v.m. schorsingen.
Daarna geeft hij enkele bemerkingen.
Bij een vonnis met uitstel wordt een sanctie uitgesproken maar niet opgelegd.
Men krijgt als het ware een proefperiode van maximum 2 jaar. Na deze periode
blijft de sanctie bestaan maar kan niet meer uitgevoerd worden.
De vraag van de RR van Limburg was: vanaf wanneer gaat deze proefperiode in? Dit
is niet in het HHR voorzien.
Er wordt voorgesteld die periode te laten ingaan de dag na de uitspraak.
Indien er in beroep een nieuwe uitspraak is, dan gaat de proefperiode opnieuw in
de dag na de nieuwe uitspraak.
Indien er, conform VJD 442, een onmiddellijke schorsing komt en achteraf blijkt
dat de gepleegde feiten niet echt zwaar waren, zal de raad de nieuwe schorsing
laten ingaan op de datum van de 1ste (onmiddellijke) schorsing.
Een en ander moet hier echter nog statutair vastgelegd worden. De A.R.R. zal een
voorstel formuleren.
4 Scheiding der Machten
Meester Verhaeghe geeft enkele harde beschouwingen bij het principe van de
scheiding der machten. Hij stelt vast dat die scheiding bij de VBL niet altijd
even duidelijk en consequent doorgevoerd is. Hij geeft een 4-tal voorbeelden.
* Het recht op evocatie door de RvB.
Dit recht zou moeten afgeschaft worden aangezien het volledig ingaat tegen het
principe van de scheiding der machten. Hij stelt bovendien dat dit recht een
vergiftigd geschenk is voor de RvB aangezien zij door het bestaan van het
evocatierecht reeds door clubs of personen onder druk gezet werd.
* Het is niet normaal dat de SG beroep kan aantekenen, daar hij een uitvoerende
medewerker van de RvB is.
* Ook bij het genadeverzoek komt de scheiding der machten in het gedrang.
* Wanneer een RR een uitspraak doet over een lid van de RvB, dan moet de AV op
geen enkel moment deze beslissing bekrachtigen.
5 Rechten van de verdediging – advocaten
Meester Raes geeft nuttige informatie omtrent de rechten van de verdediging
en de aanwezigheid van advocaten op een zitting.
* De verslagen van beide scheidsrechters vormen de basis voor elk dossier.
Indien 1 van de scheidsrechters geen verslag opstuurt, moet in principe een
sanctie genomen worden. De verslagen moeten duidelijk zijn en worden mee
opgestuurd met de convocaties van beide partijen.
Er moet steeds een tegensprekelijk debat mogelijk zijn.
* In de rechtspraak bij de VBL kunnen wij getuigen niet verplichten om de
waarheid te spreken. Het is dan ook best zoveel mogelijk buitenstaanders te
vermijden. Men kan wel een lid van een comité als getuige laten verschijnen.
Leden kunnen wel in persoon of bij advocaat verschijnen. Een advocaat moet men
zeker toelaten eventueel mits legitimatie. De statuten moeten ook in die zin
aangepast worden.
* Videomateriaal kan niet gebruikt worden voor betwistingen op sportief gebied.
Indien het echter gaat over overrompeling van het terrein of incidenten kan men
dit bewijsmateriaal moeilijk weigeren.
6 Kleedkamers
Er komen steeds meer klachten door scheidsrechters over de kleedkamers. Aan
de scheidsrechters werd op de statutaire vergadering door de JC meegedeeld dat
zij het speciale formulier moeten opsturen aan de RR. De Raden zullen een
dossier openen en een kopie sturen naar de club en naar het PC.
7 Onsportieve fouten
Bij twee onsportieve fouten moet maar door 1 scheidsrechter een verslag
opgestuurd worden. Dit verslag moet enkel vermelden dat twee onsportieve fouten
begaan werden.
8 Kostennormering
Aan de verschillende RR werd gevraagd een evaluatie te maken van de
kostennormering en eventuele verlangens op papier te zetten. De resultaten van
deze rondvraag zien er als volgt uit.
** Algemeen wordt gesteld dat de huidige kilometervergoeding moet opgetrokken
worden naar minstens € 0,30 / km (tarief staatsambtenaar).
** Algemeen wordt gevraagd per lid een forfaitaire zittingsvergoeding te krijgen
gelijkgesteld aan de scheidsrechtersvergoeding van een wedstrijd in 1°
provinciale voor de P.R.R.’en en van een wedstrijd in 1° landelijke voor de
L.R.R.’en.
** Algemeen wordt voorgesteld om de in te dienen kosten voor de verschillende
dossiers (verplaatsingen naar de post, postzegels, telefoon, fotokopieën en
drukinkt (toner), papier en bureelmateriaal, internetvergoeding en . . .) te
rekenen als algemene kost rechtstreeks aan de clubs zoals het vroeger was,
t.t.z. …
- voor een dossier bij minnelijke schikking € 5,00
- voor een dossier bij verschijning € 8,00
- voor een dossier dat aangetekende zendingen behoeft € 8,00 + aantal
aangetek. zend. x € 5,00
** Enkele provincies vinden de telefoon- en internetkostvergoedingen al te
laag en vragen een
forfaitaire vergoeding voor alle leden van de Raad.
** De leden van de L.R.R.’en vragen opheffing van de “3-urenreistijdregel” !
Op zijn minst zouden de uren “onderweg” moeten in acht genomen worden !
9 De JC dankt de aanwezigen en sluit de studiedag af.
Verslag: F. Andries
|