 |
|
LANDELIJK ALGEMENE VERGADERING |
Algemene Vergadering Vlaamse Basketballiga
Datum: zaterdag 23 juni ’07 - 09.30 Hr
Plaats: P.H.Spaaklaan 27 Bus 17 - 1060 Brussel
Aanwezig:
- Raad van Bestuur: M. Van Vooren, Voorzitter, M. De Smedt, W. Van
Slycken, A. Welvaarts
- Coördinatoren: K. Umans, Secretaris-generaal, V. Vonderlynck, P.
Rottiers
- Afgevaardigden:
- Limburg (3): M. Bogaers, L. Coonen, J. Kerckhofs (met volmacht van
F. Baerts)
- Vlaams Brabant (3): F. Jacquemin (met volmacht van J. Manghelinckx),
E. Schuermans, F. Van den Eynde
- Antwerpen (6): G. Hertogs (+ volmacht van C. Van Echelpoel), B.
Laermans (+ volmacht van J. Van Assche), F. Somers, F. Van den Bosch
- Oost-Vlaanderen (4): D. Debacker (met volmacht van F. Buyck), G.
Michiels (+ volmacht van M. Criel), L. Verheye (met volmacht van E.
Fels)
- West-Vlaanderen (4): J.P. Cannaert, A. Deweerdt, S. Deprez, H.
Hollevoet
- Verontschuldigd: S. Garaleas, T. Souveryns
Agenda:
1. Welkomswoord
Dhr. M. Van Vooren, Voorzitter, opent de vergadering, heet de deelnemers
welkom en vraagt een moment van stilte voor zij die ons recentelijk ontvallen
zijn.
2. Aanwezigheden
Dhr. K. Umans, Secretaris-generaal, meldt dat alle Afgevaardigden ofwel lid
zijn van de vzw, ofwel behoorlijk gemandateerd zijn in toepassing van Artikel
VAD32 en dat bijgevolg de vergadering voltallig is (20 stemmen). Een tweederde
meerderheid wordt bereikt bij 14 stemmen, de enkelvoudige meerderheid bij 11.
Dhr. M. Van Vooren verzoekt de vergadering het geagendeerde punt ‘uptempo’,
rekening houdende met de tijdsbeschikking van Mevr. V. Vonderlynck,
projectleider, bij de aanvang te behandelen. Hij introduceert de spreker.
3. Project Uptempo
Mevr. V. Vonderlynck kadert het project ‘Uptempo’ in de opmaak van het
beleidsplan 2009-2012, waar VBL zal uitmaken waar zij met het basketbal in
Vlaanderen naar toe wil tegen 2012. De missie van de VBL wordt ietwat
bijgestuurd en doelstellingen op vlak van promotie, organisatie en coördinatie
worden naar voor gebracht. De beleidsstrategie hierbij is om via segmentering
van het “product” (basketbal) “de klanten” (potentiële leden en leden) optimaal
te bereiken en te ondersteunen. Zowel verticaal (op basis van leeftijd) als
horizontaal (recreatief, competitief of topsport-niveau) wordt er gesegmenteerd
zodat het aanbod verruimd wordt en er binnen het segment bepaald wordt hoe men
op een kwalitatieve manier kan werken. Op deze manier kan de totaliteit van de
potentiële populatie via de clubs van de VBL bereikt worden.
In een volgende fase zullen per segment in de matrix concrete actiepunten naar
voor gebracht worden, waarbij nagedacht zal worden wat wij als Federatie kunnen
aanbieden voor en in samenwerking met de clubs en wat wij als VBL wij op vlak
van kwaliteit van de clubs die meewerken, verwachten.
De audit ‘Basketpass’ laat ons toe om op een gestructureerde manier de kwaliteit
van het “product” basketbal, via het “medium” club te meten. De remediëring en
plannen tot bijsturing van de clubs zal verder uitgediept worden. Een
beloningsmechanisme dat clubs aanzet tot implementatie van dit beleid zal
ontwikkeld worden
De implementatie van het plan houdt ook in dat de huidige VBL structuur grondig
geëvalueerd met worden en er voorzien moet worden de juiste organisatorische
structuur met duidelijke taakafbakening op basis van de voorgestelde segmenten.
De Voorzitter geeft aan dat vooreerst een brainstorming met het auditbureau, dat
Basket Pass met VBL ontwikkelde, noodzakelijk is om de tool in functie van de
voorgestelde segmentering verder aan te passen alvorens kan overgegaan worden
tot een intensifiëring van de audits en de opleidingen ter remediering van de
clubs. Een overleg met de institutionele partners is noodzakelijk om te kijken
hoe en in welke mate dit project kan ondersteund worden. Een eerste aanzet kan
gegeven worden via een intensifiëring van de keineig-acties en de Voorzitter
voorziet in een opstartfase een 10.000,- € kosten. Tegen november ’08 kan dan
een globaal plan voorgelegd worden na uitwerking van de actieplannen per item,
afstemming met de provincies en de clubs en een gedetailleerde uitwerking van
budgetten.
Dhr. L. Verheye onthaalt het concept ‘uptempo’ positief en vraagt in welke mate
de nevencompetities geïntegeerd kunnen worden en hoe de communicatie naar en met
de clubs zal verlopen. We beginnen immers niet vanaf nul. Mevr. V. Vonderlynck
repliceert dat Basket Pass de clubs momenteel reeds aanzet tot nadenken over hun
werking. Mits het opvoeren van de intensiteit van de audits zal dit proces enkel
maar gestimuleerd worden. Dhr. K. Umans wijst erop dat VBL als sportowner reeds
overeenkomsten heeft met coöperatieve verenigingen.
Dhr. D. De Backer wijst erop dat binnen dit ambitieus project een zeer brede
basis noodzakelijk is en geen elitaire clubs mag creëren die de vruchten van
alle clubs zonder een compensatiemechanisme wegplukken.
Dhr. F. Van den Eynde dankt Mevr. V.Vonderlynck voor de informatie welke
verstrekt werd. Hij stelt evenwel dat verdere discussie over de inhoud van dit
project binnen een werkvergadering dient te gebeuren en niet op de Algemene
Vergadering. De Voorzitter dankt Mevr. V. Vondelynck voor haar deskundige
uitleg.
4. Problematiek van de KBBB.
De Voorzitter informeert de vergadering over de herstructurering van de KBBB
op vlak van samenstelling van de Raad van Bestuur en de organisatie van de
nationale competities en de arbitrage. Wat betreft het functioneren van de
rechterlijke raden binnen de KBBB is er nog geen afgelijnd plan. KBBB is herleid
tot een representatieve organisatie, welke instaat voor de relaties met FIBA en
BOIC.
Dhr. E Schuermans stelt dat uit het budget KBBB 2007, waarvan men kennis heeft
kunnen nemen, de reducering van de kosten op het niveau van de KBBB niet blijkt.
Dhr. G. Michiels vraagt of in de nieuwe constellatie het minimum bereikt is. De
Voorzitter zal op een volgende vergadering van Fin. Com. nadere uitleg
verstrekken.
5. Voorstellen tot wijziging van de statuten
5.1. Statuten van VBL vzw: de Raad van Bestuur weerhoudt het voorstel niet.
5.2. VCD
Artikel 216.11:
elke scheidsrechter en de officieel aangeduide tafelofficiëlen zijn gehouden het
wedstrijdformulier voor ontvangst van de wedstrijdvergoeding en de
verplaatsingskosten te ondertekenen
Stemming: 18 voor – 2 tegen (goedgekeurd)
Op vraag van de Wetgevende Commissies zullen verder tekstzuiveringen doorgevoerd
worden.
Dhr. E. Schuermans dringt aan om de praktische modaliteiten bij de aanpassing
van dit artikel te willen communiceren naar de clubs toe zodat er geen
misverstanden ontstaan over het gebruik van oude dan wel nieuwe wedstrijdboeken.
Artikel 217 punt 1.b.:
toevoegen " terreinafgevaardigde"
Artikel 217.2
Indien na controle door het bevoegd Departement of Comité blijkt dat de
betrokken speler en/of coach en/of assistent-coach geen vergunning heeft, dan
wordt het forfait uitgesproken en een boete, voorzien in de TTB, opgelegd voor
deze wedstrijd.
Indien, na dezelfde controle , blijkt dat de betrokkene wel een vergunning
heeft, dan wordt enkel de boete toegepast.
Voor de andere personen, geciteerd in punt 1.a van dit artikel ,wordt een boete,
voorzien in de TTB opgelegd aan de club voor wie de in overtreding zijnde
persoon aantreedt en dit enkel als het gaat om een vergetelheid en niet voor
hen, die hun tijdig aangevraagde vergunning nog niet ontvingen.
Stemming: 20 voor – 0 tegen (goedgekeurd)
Artikel 229.2
Toevoeging punt e) moeten, voor de wedstrijden met stijgen en dalen en voor de
bekerwedstrijden
voor seniors, samen met de scheidsrechters, de controle van de documenten,
geciteerd in artikel 217, uitvoeren.
Stemming: 20 voor – 0 tegen (goedgekeurd)
Artikel 248 2de alinea:
na de vijftiende dag wordt " na de zevende dag " en binnen de vijftien (15)
dagen wordt
"binnen de zeven (7) dagen "
Stemming: 20 voor – 0 tegen (goedgekeurd)
5.3. VFD
Artikel 502: voorstel tot schrapping
Dhr. B. Laermans merkt op dat de eventuele schrapping van dit artikel
tekstzuiveringen aan de artikelen VAD 14 en VAD 69 noodzakelijk maakt.
Stemming: 20 voor – 0 tegen (goedgekeurd)
5.4. VJD
Artikel 416 a) (1): statuering inzake de bevoegdheid van de Landelijke
Rechterlijke Raad voor wat betreft de interprovinciale competitie.
Dhr. B. Laermans stelt voor dit artikel niet ter stemming voor te leggen. Het
voorstel vertoont zijn inziens tegenstrijdigheden en onvolmaaktheden, het zet
bepaalde artikels van het HHr buiten werking, waarbij de rechtsbronnen niet
terug te sporen zijn voor de clubs en rechtsonzekerheid gecreëerd wordt.
Dhr. P. Rottiers, Juridisch Coördinator, wijst erop dat het voorstel de
behandeling van zaken ter gelegenheid van wedstrijden tussen clubs uit
verschillende provincies beoogt.
Dhr Van den Eynde dringt er op aan dat rechtspraak op landelijk niveau niet mag
leiden tot meer procedurekosten voor clubs die met die jeugd eigenlijk
provinciaal spelen.
Dhr. E. Schuermans heeft geen probleem dat men binnen competitie voortgaat op de
ingeslagen weg, doch vraagt een degelijke statutaire onderbouw tegen de
eerstvolgende Algemene Vergadering, zoniet dreigt een tweeledigheid.
Dhr. F. Somers herinnert eraan dat de evaluatie van de interprovinciale
competities in februari plaats vond en dat een degelijk onderbouwd voorstel tot
aanpassing van het HHr binnen het gegeven tijdsbestek wel mogelijk was.
Dhr. M. Van Vooren stelt voor het voorstel tot aanpassing van de statuten terug
te trekken van de agenda en de procedure zoals ze nu voorligt, als reglement
enkel geldig voor het seizoen 2007-2008 goed te keuren en een aanpassing aan het
HHr tegen de volgende Algemene Vergadering voor toepassing vanaf seizoen
2008-2009 goed te keuren.
Stemming: 13 voor - 0 tegen - 7 onthouding (niet goedgekeurd, maar wel aanvaard)
Artikel 430, 2 eerste alinea:”... binnen de 7 kalenderdagen die volgen op de
wedstrijd ...” wordt : " binnen de 21 kalenderdagen die volgen op de wedstrijd "
Stemming: 20 voor – 0 tegen (goedgekeurd)
Dhr. B. Laermans stelt aan de kaak dat de Raad van Bestuur beslissingen neemt
die indruisen tegen het HHr, niet alleen op het vlak van de jeugdcompetities
doch bvb ook inzake de implementatie van de onverenigbaarheid van functies. Deze
beslissingen zijn niet statutair onderbouwd en werden ook niet voor goedkeuring
voorgelegd aan de Algemene Vergadering.
Dhr. M. Van Vooren repliceert dat hij deze opmerking actueel negeert en hierop
later terugkomt.
6. Goedkeuring van de jaarverslagen
6.1. Landelijke Departement Scheidsrechters: stemming voor 20 - tegen 0
6.2. Departement Landelijke Competitie: stemming voor 20 - tegen 0
6.3 Rechterlijke Raden: Dhr. P. Rottiers verdeelt, in afwachting van de
publicatie van het rapport van de Algemene Rechterlijke Raad, de feitelijkheden
inzake behandelde dossiers.
Dhr. E. Schuermans is verbaasd dat er nog geen jurisprudentieboek binnen VBL
gepubliceerd werd en dat de recente vraag van de JC naar advies bij de
(her)benoeming van rechters weinig of niet gemotiveerd is. Dhr Rottiers gaat op
beide opmerkingen in en licht zijn positie ter zake toe, incl. de beperkingen
waar hij rekening mee moet houden. Verder zal de Juridisch Coördinator een
budgetaanvraag indienen bij de Raad van Bestuur om een initiatief te kunnen
nemen dat tot een jurisprudentieboek moet leiden. De Secretaris-generaal wijst
op het onderscheid tussen jurisprudentie en een interpretatie.
Dhr. M. Van Vooren herinnert eraan dat de Raad van Bestuur in 2006 beslist heeft
de leden van de Rechterlijke Raden slechts voor één jaar te benoemen en dat de
Juridisch Coördinator momenteel een initiatief neemt tot voorstel van
herbenoeming vanaf 1 juli ’07. De Raad van Bestuur zal uiteindelijk overgaan tot
herbenoeming en zal later een visie over de ontwikkelingen van de Rechterlijke
Raden naar voor schuiven. Het rapport van Dhr. P. Rottiers is niet onderworpen
aan een stemming.
De Voorzitter vraagt instemming van de vergadering inzake de toevoeging van
diverse punten aan de initiële dagorde van de Algemene Vergadering. Dit voorstel
tot toevoeging werd eerder gepubliceerd op de website van de VBL. De vergadering
stemt hiermee in. Dhr. B. Laermans kondigt een statement over de technische
vergunningen aan.
7. Competitie
7.1. Landelijke jeugdcompetitie: goedkeuring van de beslissing van de Raad
van Bestuur van 02 mei 07 die als volgt luidde:
” Inschrijving van meerdere jeugdteams in de Landelijke Competitie: na
consultatie van leden van de Provinciale Afvaardigingen beslist de Raad van
Bestuur om, in afwijking van artikel VCD257, voor het seizoen 2007-2008 een
proefproject toe te staan. Clubs kunnen één bijkomende landelijke jeugdploeg
inschrijven voor 15 mei e.k. en dit voor elke categorie. Een bericht terzake
wordt asap op de website geplaatst. Het Departement Competitie wordt er mee
belast om inschrijvingslijsten per ploeg, welke tot het einde van het seizoen
2007-2008 geldig zijn, op te vragen. Het project zal geëvalueerd worden in het
voorjaar 2008”.
Dhr. B. Laermans stelt dat zijn groep het eens is met de beslissing ten gronde,
doch dat idee geïntegreerd moet worden in het artikel VCD257 van het HHr.
Dhr. D. De Backer vraagt hoeveel en welke clubs inspelen op het voorstel van de
Raad van Bestuur. Dhr. M. De Smedt meldt dat een 4-tal clubs hierop ingegaan
zijn en engageert zich het
Project te evalueren in de 2de helft van het seizoen. Dhr. D. De Backer vraagt
om hierbij betrokken te worden.
Stemming: voor 7 – tegen 6 - onthouding 7
7.2. Provinciale jeugdcompetitie: mededeling van de Raad van Bestuur, nl. :
Tijdens het seizoen 2006-2007 werd voor het eerst een interprovinciale
competitie voor meisjes ingericht. Clubs uit Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en
Limburg namen daaraan deel. Op die wijze werd het voor een aantal meisjesploegen
mogelijk gemaakt deel te nemen aan een volwaardige competitie. Voor het seizoen
2007-2008 wenst de Raad van Bestuur dit experiment verder te zetten, nu met
deelname van de Antwerpse clubs voor zover deze provincie bereid is in te
stappen. Om op deze laatste vraag te antwoorden werd een coördinatievergadering
belegd met vertegenwoordigers van de betrokken PC’s”. De finale beslissing
diende immers tijdig genomen.
Het punt werd reeds eerder behandeld (cfr. punt 5.4.).
8. Aanpassingen van de vergoedingen voor scheidsrechters
Gegeven:
- dat de lopende conventie met de BRA afloopt op 30 juni 07
- dat de AV een verhoging goedkeurde van de vergoeding voor
verplaatsingskosten voor de leden van departementen, comités, raden etc. v/d
VBL
- dat een minimale aanpassing van de wedstrijdvergoedingen voor
scheidsrechters redelijk lijkt
legt de Raad van Bestuur bijgevoegde tabel ter goedkeuring voor aan de AV,
met dien verstande dat wat ook de finaal goedgekeurde wijziging(en) zouden
kunnen inhouden deze pas uitwerking kunnen krijgen nadat daarover met de FOD
Financiën een expliciete en formele ruling wordt overeengekomen.
Dhr. L. Verheye vraagt of een stemming in één beweging gebeurt dan wel of er
discussies per lijn mogelijk zijn. Dhr. M. Van Vooren repliceert dat de tabel,
zoals ie voorligt, de consensus is met de vertegenwoordigers van de BRA én met
AWBB.
Dhr. G. Michiels vreest de impact van de voorgestelde verhoging van
scheidsrechtersvergoedingen voor jeugdwedstrijden, welke niet in lijn ligt met
de andere aanpassingen.
De Voorzitter stelt dat de Raad van Bestuur, met respect voor de soevereiniteit
van de Algemene Vergadering, het voorstel verdedigt.
Dhr. J.P Cannaaert vraagt een ogenblikkelijk aanpassing van de
verplaatsingsvergoedingen voor scheidsrechters van 0,21 ipv 0,20 € vanaf 1 juli
’07, zoals momenteel geldend voor alle andere leden van de VBL.
Dhr. K. Umans wijst op de bestaande ruling met de fiscus en deelt de Algemene
Vergadering mee dat een onderhoud met de Fiscale diensten plaats heeft gevonden.
Verdere gegevens inzake het aantal aanduidingen per scheidsrechter dienen worden
overgemaakt aan de fiscus alvorens er een beslissing tot al dan niet aanpassing
van de ruling valt.
Dhr. F. Van den Eynde betwist niet de redelijkheid van het voorstel, doch wenst
een goedkeuring te koppelen aan een correcte berekening van de afstanden en
effectieve controles, waarbij een consensus over de berekeningswijze van de
verplaatsingen noodzakelijk is .
Dhr. H. Hollevoet verwijst naar het bestaande controlesysteem van het PC
West-Vlaanderen.
Dhr. L. Verheye sluit zich aan bij de wenselijkheid van een controlesysteem.
Dhr. F. Van den Eynde wenst dat een degelijke controle mogelijk is tegen 1
januari e.k. noodzakelijk is
Dhr. M. Van Vooren bevestigt dat een afstandscontrole systeem wordt
georganiseerd tegen 1 januari 2008. Hij verdedigt nogmaals de aanpassing van de
tarieven voor het leiden van de jeugdwedstrijden.
Tenslotte werpt hij een fundamenteel ethisch probleem op: de Voorzitter heeft
het moeilijk met de vaststelling dat een groep van scheidsrechters en/of
wedstrijdcommissarissen, weliswaar lid van deze AV, meestemmen over deze
problematiek en vraagt dat deze personen zich bij de stemming onthouden.
Dhr. B. Laermans reageert dat de Algemene Vergadering bestaat uit 20 leden.
De Voorzitter wijst op de bestaande tegenspraak tussen de voorschriften van de
Artikelen VAD 58 en 73 ter, wat de basis is van het actuele dispuut. In opdracht
van de Wetgevende Commissie heeft de Raad van Bestuur een decumulregeling na
ellenlange discussies en maandenlang overleg, op basis van een ethische code,
bekend gemaakt ten einde de belangenvermenging te vermijden.
Hij herhaalt dan ook zijn oproep aan de mensen welke verbonden zijn met de
arbitragewereld zich te onthouden aan een beslissingsproces, dat rechtstreeks
impact heeft op hun eigen functie.
Deze discussie is het ultieme bewijs dat een decumul zich meer dan ooit opdringt
en de Voorzitter wenst dan ook een drie-ledige vraag voor te leggen aan de
Algemene Vergadering, met name, vertrekkende van volgende 3 stellingnames:
- Afgevaardigden kunnen slechts één functie waarnemen, met name in de
wetgevende macht
- Leden van de rechterlijke macht beperken zich tot één functie, nl. deze
binnen de Rechterlijke Raden
- Leden van de Raad van Bestuur behoren tot de uitvoerende organen van de
VBL
Stemt de Algemene Vergadering dus in met de scheiding van de machten in de
VBL vzw?
De Algemene Vergadering gaat over tot stemming: 10 stemmen voor – 10 stemmen
tegen.
De Voorzitter schorst de Algemene Vergadering en roept de Raad van Bestuur
samen. Na een intermezzo, deelt de Voorzitter vooreerst mee dat Dhr. W. Van
Slycken om persoonlijke redenen de vergadering diende te verlaten. Verder deelt
hij mee dat hij de Algemene Vergadering beëindigt en dat de Raad van Bestuur op
woensdag 27 juni 07 zal samenkomen om de ontstane situatie te bespreken en haar
standpunt te bepalen.
Koen Umans | Marc Van Vooren
Secretaris-generaal | Voorzitter
|